ECLI:NL:CRVB:2016:2545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling loongerelateerde WGA-uitkering zonder toekenning IVA-uitkering
Appellante ontving sinds 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege psychische klachten, met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Werkgeefster verzocht in 2012 om herbeoordeling met het oog op een IVA-uitkering, maar een expertise door psychiater Kondakçi en verzekeringsartsen concludeerden dat appellante niet in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering.
Het UWV besloot de WGA-uitkering in 2014 in te trekken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was, gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellante maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer vanwege de betrokkenheid van haar vroegere behandelaar bij de expertise, en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de vastgestelde beperkingen juist. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af. De Raad overweegt dat er geen sprake is van reformatio in peius, het medisch onderzoek adequaat was, en de arbeidskundige beoordeling consistent en goed gemotiveerd. Er is geen aanleiding voor een nieuwe deskundige of het herzien van de vastgestelde belastbaarheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd.