ECLI:NL:CRVB:2016:2589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verwijtbaar stoppen met werk tijdens proeftijd
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was gestart met een traject bij Grip Re-integratie, waarna hij een baan als productiemedewerker food bij een bedrijf kreeg. Na drie dagen werken nam hij vakantie en verscheen vervolgens niet meer op het werk vanwege klachten aan zijn vingers. Hierdoor werd de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd beëindigd.
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe verlaagde de bijstand met 50% gedurende een maand wegens het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid door eigen toedoen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege medische klachten niet kon werken en dat hij met instemming van zijn re-integratiecoach was gestopt. De Raad stelde vast dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd en dat er geen bewijs was van toestemming van de coach.
De Raad concludeerde dat het stoppen met het werk verwijtbaar was en dat het college terecht de bijstand had verlaagd conform de Maatregelenverordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsverlaging van 50% gedurende een maand wegens verwijtbaar stoppen met werk wordt bevestigd.