Uitspraak
4 maart 2015, 14/3438 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
1 januari 2012 een hoger bedrag aan bestuursrechtelijke premie op het inkomen van betrokkene moet inhouden, zijnde € 118,83.
.
Centrale Raad van Beroep
Het Zorginstituut Nederland stelde betrokkene een bestuursrechtelijke premie verschuldigd wegens betalingsachterstand en wees de gemeente Emmen aan als broninhouder voor inhouding op de uitkering. De gemeente heeft echter nagelaten de premie in te houden en af te dragen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en bepaalde dat betrokkene slechts een deel van de premie verschuldigd was.
In hoger beroep stelde het Zorginstituut dat artikel 18f, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet van toepassing is omdat de gemeente het besluit tot broninhouding niet had ontvangen en daarom niet kon inhouden. De Raad overwoog dat de premie verschuldigd blijft zolang deze niet is betaald of ingehouden, en dat het niet herinneren van de gemeente door het Zorginstituut dit niet verandert.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene wist dat inhouding zou plaatsvinden en had kunnen constateren dat dit niet gebeurde. De betalingsverplichting van de inhoudingsplichtige doet niet af aan de verschuldigdheid van betrokkene. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot eindafrekening bestuursrechtelijke premie wordt ongegrond verklaard en betrokkene blijft de premie verschuldigd.