ECLI:NL:CRVB:2016:271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Toekenning langdurigheidstoeslag aan nabestaande met nabestaandenuitkering ondanks beleidsregel
Appellante diende op 30 mei 2013 een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag bij de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug. Het dagelijks bestuur wees deze aanvraag af op grond dat zij niet tot de categorieën behoorde die volgens de beleidsregel geen uitzicht op inkomensverbetering hebben, aangezien zij een nabestaandenuitkering ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het onderscheid in de beleidsregel tussen personen met een WWB-uitkering en personen met een nabestaandenuitkering niet deugdelijke gemotiveerd was. De Raad stelde vast dat appellante door haar leeftijd en lange periode zonder arbeidsdeelname geen reëel uitzicht heeft op inkomensverbetering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, en besloot zelf het besluit te herroepen en de langdurigheidstoeslag van €361 toe te kennen. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur moet appellante de langdurigheidstoeslag van €361 toekennen en wettelijke rente en proceskosten vergoeden.