ECLI:NL:CRVB:2016:272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens te late aanvraag en geen terugwerkende kracht
Appellant heeft op 13 november 2013 een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag over de jaren 2008, 2009 en 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal wees deze aanvraag af omdat eerdere aanvragen over 2009 en 2010 reeds waren afgewezen en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. Daarnaast was de aanvraag over 2008 te laat ingediend volgens de geldende verordening.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het besluit voor zover het de toeslag over 2008 betrof, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat op grond van artikel 44 WWB Pro bijstand niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend. Het beroep over 2009 en 2010 werd ongegrond verklaard.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat hij recht had op de toeslag over 2008 tot en met 2010. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat toekenning met terugwerkende kracht niet mogelijk is en dat er geen nieuwe feiten waren die een andere beslissing rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag bevestigd wegens te late aanvraag en geen terugwerkende kracht.