Uitspraak
22 augustus 2013, 13/1157 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering te herzien van 80-100% naar 25-35% per 27 september 2012. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer beperkt was dan het UWV had vastgesteld.
Appellant stelde dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hadden gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. De Centrale Raad van Beroep benoemde daarom een onafhankelijke deskundige, psychiater G.T. Gerssen, die appellant onderzocht en rapporteerde dat er geen aanwijzingen waren voor een depressie maar wel voor een somatoforme stoornis. De deskundige onderschreef de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Raad volgde het deskundigenrapport omdat het zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was. De bezwaren van appellant tegen het rapport waren een herhaling van eerdere argumenten en boden geen grond om het rapport te verwerpen. De medische grondslag van het bestreden besluit werd daarmee onderschreven en de functies waarop de schatting was gebaseerd werden passend geacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 25-35% en wijst het hoger beroep af.