ECLI:NL:CRVB:2016:2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde omstandigheden
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van de korpschef omtrent benoeming in een politiefunctie. Bij besluit van 8 juni 2015 werd appellant benoemd in een vergelijkbare functie, gewaardeerd in salarisschaal 13. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De korpschef stelde dat geen reden bestond voor proceskostenvergoeding omdat het besluit tot benoeming niet het gevolg was van gewijzigde inzichten, maar van gewijzigde omstandigheden. De Raad onderschreef dit standpunt en oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding moest worden afgewezen omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 juli 2016, waarbij het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De procedure werd gesloten zonder zitting, op basis van schriftelijke stukken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen aan het beroep.