ECLI:NL:CRVB:2016:2813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, een bijstandsgerechtigde, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de eerste huur in verband met een verhuizing. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af omdat de kosten van de eerste maand huur tot de incidenteel noodzakelijke kosten behoren die appellant had moeten reserveren of gespreid had moeten betalen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de verhuizing medisch noodzakelijk was vanwege diabetesgerelateerde voetwonden en het gebruik van elleboogkrukken, en dat een woning met lift nodig was. Ter onderbouwing overlegde hij medische verklaringen.
De Raad oordeelde dat verhuiskosten in beginsel uit het bijstandsinkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. De medische verklaringen toonden echter geen noodzaak aan voor een plotselinge verhuizing naar een gelijkvloerse woning. Appellant stond al langere tijd ingeschreven als woningzoekende en de verhuizing was niet onvoorzien. Daarom kon appellant de kosten reserveren. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.