ECLI:NL:CRVB:2016:2839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken verzekeringsgeschiedenis in Nederland
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat appellante niet verzekerd was volgens artikel 6 van Pro de AOW, aangezien zij zelf niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Appellante voerde aan dat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt in de periode 1970-1972 en begin jaren negentig, maar onderzoek bij gemeenten Rotterdam en Venlo, potentiële werkgevers en pensioenfondsen leverde geen bewijs op dat hij in Nederland woonde of werkte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er geen verzekerd tijdvak voor de echtgenoot vastgesteld kon worden, waardoor appellante geen zelfstandig recht op AOW heeft.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De aangevoerde argumenten konden het standpunt niet wijzigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de AOW-aanvraag omdat appellante en haar echtgenoot niet in Nederland hebben gewoond of gewerkt.