ECLI:NL:CRVB:2016:29
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens rug- en psychische klachten. Het UWV stelde na medische en arbeidskundige beoordeling vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen WIA-uitkering ontvangt. Appellant voerde bezwaar aan over onderschatting van zijn beperkingen en onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Het door appellant overgelegde Actueel Oordeel van de bedrijfsarts werd niet relevant geacht voor de WIA-beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen. De medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst waren overtuigend en toonden aan dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.