ECLI:NL:CRVB:2016:2918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet betaling griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van de Awb het griffierecht voor het verzoek om een voorlopige voorziening binnen twee weken na kennisgeving moet worden voldaan. Verzoeker is bij brief van 14 juli 2016 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €124,- vóór de zitting van 18 juli 2016.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, moet het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 2 augustus 2016 door de voorzieningenrechter E.C.R. Schut.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.