ECLI:NL:CRVB:2016:2921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 2000 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar mogelijk onroerend goed in Turkije dat appellanten niet hadden gemeld. Uit het onderzoek bleek dat twee woningen op naam van appellante stonden van 2002 tot 2013, zonder dat dit aan het college was gemeld.
Het college trok de bijstand in met ingang van 22 oktober 2002 vanwege het verzwegen vermogen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de woningen toebehoorden aan de zus van appellante en zij er niet over konden beschikken.
De Raad oordeelde dat de registratie van onroerend goed in een officieel register een vermoeden van beschikking geeft, dat appellanten niet hebben weerlegd. Het feit dat de woningen later aan de zus werden overgedragen bevestigde dat appellante er wel degelijk over kon beschikken. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd wegens het verzwegen bezit van onroerend goed.