Uitspraak
OVERWEGINGEN
21 augustus 2015 ten grondslag gelegd.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, werkzaam als nachtwacht bij een instelling voor licht verstandelijk gehandicapten, meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot de uitkering per 1 juli 2015 te beëindigen, omdat verzekeringsartsen oordeelden dat verzoeker hersteld was en weer arbeidsgeschikt.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het UWV-besluit bevestigde, stelde verzoeker hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitkering voort te zetten. Verzoeker voerde aan dat zijn psychische klachten waren onderschat en dat nader onderzoek naar een mogelijke bipolaire stoornis nog gaande was.
De Raad oordeelde dat nader onderzoek geen nieuwe inzichten zou opleveren en onderschreef het oordeel dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een ernstige psychische stoornis. De medische rapporten toonden milde depressieve klachten zonder aanwijzingen voor een stoornis die arbeidsgeschiktheid uitsluit.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat verzoeker niet meer ongeschikt is voor zijn arbeid en wijst het verzoek tot voortzetting van de Ziektewetuitkering af.