Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 687,59 per maand.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande en woont samen met haar meerderjarige zoon. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft bij besluit de kostendelersnorm toegepast, waardoor haar bijstandsuitkering is verlaagd tot € 687,59 per maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen dit besluit ongegrond. Verzoekster stelde in hoger beroep dat de kostendelersnorm ten onrechte is toegepast en verzocht om schorsing van deze norm door toekenning van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Hoewel verzoekster aangaf dat haar vaste lasten hoger zijn dan haar inkomsten, heeft zij dit niet met concrete en verifieerbare stukken onderbouwd, zoals een dreigende uithuisplaatsing of afsluiting van nutsvoorzieningen.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat geen onomkeerbare situatie dreigt die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek werd dan ook afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.