Uitspraak
OVERWEGINGEN
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had een aanvraag om bijstand ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van Lelystad werd afgewezen op grond van het niet kunnen vaststellen van haar bijstandbehoevendheid. De Raad stelde in een eerdere tussenuitspraak vast dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid vanwege gebrekkige rapportage.
Het college voerde nader onderzoek uit en vroeg appellante om diverse financiële documenten over een periode van meerdere jaren. Appellante verweerde zich met medische omstandigheden en stelde dat het onredelijk was om na zoveel jaren nog gegevens te moeten aanleveren. Desondanks leverde zij niet alle gevraagde stukken aan.
De Raad oordeelde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid op appellante rust en dat het college terecht om de gegevens vroeg. De medische verklaring bood onvoldoende grond om de inlichtingenplicht te ontlopen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van afwijzing bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.