ECLI:NL:CRVB:2016:3131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering elektromonteur ondanks beperkingen
Appellant, werkzaam als elektromonteur, ontving een Ziektewetuitkering die het UWV per 9 juli 2012 beëindigde op basis van medische rapporten van verzekeringsartsen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen, waaronder Carpaal Tunnel Syndroom, hem ongeschikt maakten voor zijn werk.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat geen medische grond bestond om appellant arbeidsongeschikt te achten. Wel werd het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing van de maatstaf arbeid door het UWV in eerste instantie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten onvoldoende werden meegewogen en dat de functieomschrijving niet overeenkomt met zijn praktijkwerkzaamheden. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en verzekeringsartsen dat de beperkingen niet tot ongeschiktheid leiden. De brief van een plastisch chirurg/handchirurg bracht geen nieuwe medische inzichten.
De Raad concludeerde dat appellant ondanks zijn beperkingen in staat is tot de maatgevende arbeid als elektromonteur, waarbij de belastingen op nek, schouders en handen binnen zijn draagkracht liggen. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering beëindigde omdat appellant geschikt is voor zijn werk als elektromonteur.