ECLI:NL:CRVB:2016:3177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugwerkende bevordering in functie bij gemeente Rotterdam
Appellant, sinds 2000 werkzaam bij de gemeente Rotterdam, verzocht met terugwerkende kracht vanaf 2005/2006 bevordering naar de functie van [functie B] met het bijbehorende salaris. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat geen toezegging of aanleiding voor bevordering bestond en dat de tijdelijke werkzaamheden in 2013 slechts een tijdelijke toelage rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het plaatsingsbesluit van 26 maart 2013 het laatste functietoewijzingsbesluit was en dat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist volgens artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep stelde appellant dat het plaatsingsbesluit van 2003 als uitgangspunt moet gelden en dat hij structureel werkzaamheden als [functie B] verrichtte. De Raad oordeelde dat het verzoek moet worden opgevat als een verzoek om terug te komen op het plaatsingsbesluit van 2003 en dat appellant geen nieuw feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen die een terugkomen rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende bevordering bevestigd.