ECLI:NL:CRVB:2016:3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.S. van de Kolk
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en afwijzing schadevergoeding
Appellante, voormalig werknemer, heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin een loonsanctie van 52 weken is opgelegd aan haar werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De rechtbank Limburg had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard en het UWV-besluit in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het UWV op grond van de Wet WIA verplicht is om bij onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever een loonsanctie op te leggen. De Raad stelt vast dat de stukken, waaronder rapporten van arbeidsdeskundigen en verzekeringsarts, voldoende steun bieden voor het standpunt van het UWV dat de werkgever tekort is geschoten. Dit is ook door de werkgever erkend.
Appellante heeft gesteld dat de loonsanctie ernstige negatieve gevolgen voor haar heeft gehad, maar de Raad oordeelt dat het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen nu het bestreden besluit rechtmatig is. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot loonsanctie wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.