ECLI:NL:CRVB:2016:3283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsverplichtingen WWB ondanks persoonlijke problematiek
Appellant ontvangt sinds juni 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is onderworpen aan arbeidsverplichtingen volgens artikel 9, eerste lid, WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Beesel bood appellant een arbeidstoeleidend traject aan bij een gespecialiseerde instelling, met de verplichting tot ondertekening en volledige medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat het college ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van re-integratiebeleid en dat het traject passend is, mede gelet op de expertise van de instelling in complexe problematiek. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het traject geen maatwerk is en niet aansluit bij zijn problematiek, omdat eerdere trajecten zonder succes waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellant een herhaling zijn van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd zijn weerlegd door de rechtbank. Het college heeft voldoende rekening gehouden met de persoonlijke situatie van appellant. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 september 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering tot ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd.