ECLI:NL:CRVB:2016:33
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende vastgestelde beperkingen
Appellante, voormalig monteuse, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering die in 2007 was vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na medisch onderzoek en bezwaarprocedures stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij tot 15-25%, wat appellante betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep heeft de zaak heropend en een onafhankelijke verzekeringsarts ingeschakeld.
De deskundige concludeerde dat appellante meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen, met name ten aanzien van rug-, nek- en schouderklachten, longklachten/COPD en vermoeidheid gerelateerd aan het syndroom van Sjögren en een depressieve episode. Het UWV nam slechts deels deze beperkingen over. De Raad vond het rapport van de deskundige overtuigend en oordeelde dat het besluit van 20 februari 2012, waarin de uitkering werd verlaagd, niet in stand kan blijven.
De Raad draagt het UWV op binnen twaalf weken de gebreken in het besluit te herstellen. De uitspraak betreft een tussenuitspraak, waardoor de definitieve vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid nog volgt. De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries op 8 januari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen twaalf weken het besluit te herstellen wegens onvoldoende vastgestelde beperkingen.