ECLI:NL:CRVB:2016:3377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand bij onrechtmatig besluit WWB
Appellante ontving sinds november 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur verzocht haar in 2013 om bankafschriften en gegevens over een hypothecaire schuld, die zij niet tijdig of volledig verstrekte. Hierdoor werd haar bijstand geschorst en later ingetrokken, met terugvordering van kosten.
Na het indienen van stukken in 2014 bleek dat appellante ten tijde van de aanvraag geen eigenaar was van de woning waarop de schuld betrekking had, waarna het dagelijks bestuur de intrekkingsbesluiten introk en het recht op bijstand herleefde. Het bezwaar van appellante tegen de terugvordering werd ongegrond verklaard, evenals haar verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het dagelijks bestuur niet onrechtmatig had gehandeld, omdat appellante haar inlichtingenverplichting niet tijdig was nagekomen. Het verzoek om vergoeding van kosten werd daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand is afgewezen omdat het onrechtmatige besluit niet aan het dagelijks bestuur te wijten is.