ECLI:NL:CRVB:2016:3407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in Valkenburg aan de Geul. Na een onderzoek van de sociale recherche, naar aanleiding van meldingen en politie-informatie, werd vastgesteld dat appellant vanaf 30 oktober 2013 niet meer feitelijk op het uitkeringsadres verbleef.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode van 30 oktober 2013 tot 31 mei 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant dat hij niet woonachtig was in de gemeente.
De Raad oordeelde dat de inschrijving in de GBA niet doorslaggevend is en dat de verklaringen van getuigen, waarnemingen bij het appartement en een sfeerrapportage voldoende bewijs leverden dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Omdat appellant ook niet elders in de gemeente woonde, had hij geen recht op bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet feitelijk woonachtig was op het uitkeringsadres.