ECLI:NL:CRVB:2016:349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim door bezit kinderporno
Betrokkene was werkzaam als ICT’er met coördinerende taken bij de gemeente en werd ontslagen wegens plichtsverzuim nadat op twee van zijn computers kinderporno werd aangetroffen. Hoewel de strafzaak tegen hem werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs, oordeelde de rechtbank dat het ontslag onredelijk was omdat betrokkene geen weet zou hebben gehad van de kinderporno.
In hoger beroep stelde het college dat het plichtsverzuim ernstig was en het ontslag proportioneel. Betrokkene voerde aan dat het sepot bewijs leverde dat hij de gedragingen niet had gepleegd en dat anderen de computers konden gebruiken.
De Raad oordeelde dat in het ambtenarentuchtrecht minder strikte bewijsregels gelden dan in het strafrecht en dat het college voldoende bewijs had geleverd dat betrokkene verantwoordelijk was voor het bezit van kinderporno. De functie van betrokkene en de ernstige aantasting van het aanzien van de gemeente maakten het ontslag niet onevenredig.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het ontslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.