ECLI:NL:CRVB:2016:357
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening hogere schadevergoeding bij WWB-arbeidsverplichtingen
Verzoekster, een bijstandsgerechtigde alleenstaande ouder, had het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om ontheffing van arbeidsverplichtingen en vergoeding van opleidingskosten. Het college wees deze verzoeken af, waarna verzoekster bezwaar en beroep instelde. De rechtbank vernietigde een besluit van het college en kende een immateriële schadevergoeding van €300 toe wegens een gewraakte zinsnede in een eerder besluit.
Verzoekster vorderde vervolgens een hogere schadevergoeding en vroeg om een voorlopige voorziening om een voorschot van €8.400,- toe te kennen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek geen spoedeisend belang bevatte, mede gelet op de bijstandsnorm en het ontbreken van zwaarwegende belangen die een voorlopige voorziening rechtvaardigen.
Het verzoek werd daarom afgewezen zonder zitting en zonder toekenning van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een vordering tot een hogere schadevergoeding niet automatisch leidt tot een spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toekenning van een hogere schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.