Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, die sinds zijn vertrek naar Zuid-Korea niet meer in Nederland woonde of werkte en niet verzekerd was voor de ANW. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet onder de Nederlandse sociale zekerheid viel en ook niet verzekerd was in Zuid-Korea volgens het NKV.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat de Svb onjuist had geoordeeld dat de echtgenoot niet verzekerd was in Zuid-Korea, maar wees het beroep van appellante alsnog af omdat het NKV geen recht geeft op een aanvullende ANW-uitkering naast de Zuid-Koreaanse nabestaandenpensioen en ook het EU-recht geen aanspraak biedt.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de echtgenoot op het moment van overlijden nog verplicht verzekerd was in Nederland. Het NKV voorziet niet in een pro-rata ANW-uitkering en het EU-recht is niet van toepassing omdat de echtgenoot niet verzekerd was in een andere lidstaat dan Nederland.
De Raad laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.