Uitspraak
8 juni 2015, 14/6423 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving sinds 1 september 2003 een WAO-uitkering en vroeg op 25 maart 2014 kinderbijslag aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet als verzekerd wordt beschouwd onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de relevante overgangsbepalingen niet op hem van toepassing zijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 AKW Pro en niet onder artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 valt. Dit besluit is per 1 januari 2000 vervallen en appellant voldeed niet aan de overgangsbepalingen die recht op kinderbijslag zouden kunnen geven.
Appellant voerde aan dat hij recht heeft op kinderbijslag omdat hij een WAO-uitkering ontvangt en voor zijn kinderen zorgt. De Centrale Raad van Beroep stemde in met de rechtbank en oordeelde dat eerdere kinderbijslaguitkeringen onvoldoende zijn om recht te ontlenen, en dat het niet aannemelijk is dat appellant in het vierde kwartaal van 1999 recht had op kinderbijslag.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De kinderbijslagaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet als verzekerd kan worden beschouwd onder de AKW en niet voldoet aan de overgangsbepalingen.