Uitspraak
7 januari 2015, 14/1907 (aangevallen uitspraak),
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
UM
DÉCISION
groupe d’assurés.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht in september 2012 om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), stellende dat hij in 1972-1973 in Nederland had gewerkt en verbleven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd was geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat uit onderzoek bij gemeenten en pensioenfondsen niet bleek dat appellant in de betreffende periode in Nederland woonde of loonbelasting betaalde. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling met een fotokopie als bewijs.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. De door appellant overgelegde stukken boden geen bewijs van verzekerde arbeid in Nederland. Ook aanvullend onderzoek bij bedrijven waar appellant mogelijk had gewerkt leverde geen bevestiging op. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de AOW-aanvraag bevestigd.