ECLI:NL:CRVB:2016:370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na herstel besluit kinderbijslag
In deze zaak ging het om een hoger beroep van appellant tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) betreffende het recht op kinderbijslag voor de jaren 2008 tot en met 2011. Na een tussenuitspraak van de Raad op 11 september 2015 werd de Svb opgedragen het besluit van 23 januari 2013 te herstellen.
De Svb nam op 22 oktober 2015 nieuwe besluiten waarin aan het bezwaar van appellant werd tegemoetgekomen door hem recht te geven op de helft van de kinderbijslag voor de eerste drie kwartalen van 2008 en het vierde kwartaal van 2008 tot en met het eerste kwartaal van 2011. Appellant gaf aan zich met deze besluiten te kunnen verenigen, maar maakte bezwaar tegen het niet vergoeden van reiskosten voor het bijwonen van de zitting.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een procesbelang, nu het bezwaar inhoudelijk is gehonoreerd. Tevens veroordeelde de Raad de Svb tot vergoeding van de reiskosten van € 20,60 en het betaalde griffierecht van € 118,- aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van reiskosten en griffierecht.