Uitspraak
25 februari 2014, 13/5519 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende in februari 2013 een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn kind, geboren in 2010. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe met ingang van het eerste kwartaal van 2012, waarna bezwaar werd gemaakt tegen het niet toekennen van kinderbijslag over 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van een bijzonder geval dat een langere terugwerkende kracht zou rechtvaardigen. Appellant had de geboorte niet tijdig doorgegeven en had ruim een jaar na inschrijving van het kind in de GBA gewacht met aanvragen.
In hoger beroep stelde appellant dat de inschrijving in de GBA een belemmering vormde, maar de Raad oordeelde dat dit geen beletsel was en dat appellant contact had kunnen opnemen met de Svb. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De beslissing werd uitgesproken door L. Koper op 7 oktober 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugwerkende kracht van kinderbijslag wordt beperkt tot één jaar.