Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.De staatssecretaris heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de waarde van de gespaarde compensatie die aan het levenslooptegoed kan worden toegevoegd begrensd is. De waarde mag met de in dat jaar gespaarde voorziening in geld niet meer dan 12 procent van het bruto jaarloon bedragen. Omdat deze 12 procent niet ziet op een ruimere periode kan appellant slechts die uren aan zijn levenslooptegoed toevoegen die samen met de in 2014 gespaarde voorziening in geld ten hoogste 12 procent van het bruto jaarloon bedragen. Gelet op de reeds gespaarde voorziening kan appellant in 2014 nog maximaal 41 compensatie-uren aan het levenslooptegoed toevoegen
.Tot slot heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van appellant niet zag op uitbetaling van de compensatie-uren en voorts blijft hij van mening dat het idee van uitbetaling van de compensatie-uren wezensvreemd is aan het karakter van deze uren.
,behoudens in het geval van overlijden van de ambtenaar, geen grondslag voor uitbetaling van de waarde van de compensatie in vrije dagen
.
.