ECLI:NL:CRVB:2016:3740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant diende op 1 maart 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college verleende bijstand met ingang van die datum en wees een eerdere terugwerkende toekenning af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden die een terugwerkende toekenning tot 1 mei 2011 rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het op de weg van appellant lag om eerder een aanvraag in te dienen indien hij reeds toen bijstandbehoevend was. De omstandigheden zoals het beëindigen van zijn bedrijf, het ontbreken van inkomsten en schulden werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het college toezeggingen had gedaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het vertrouwensbeginsel. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank weerleggen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.T.H. Zimmerman op 11 oktober 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.