Uitspraak
OVERWEGINGEN
1 september 2011 studeert hij in [plaats] aan de [school] .
32-uurscriterium voldoet en dat ook uit de individuele omstandigheden niet voortvloeit dat er sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een Bulgaarse nationaliteit bezittende student, had een eenmanszaak en voerde werkzaamheden uit als communicatie- en grafisch ontwerper. Hij vroeg studiefinanciering aan voor de periode vanaf november 2012. De minister wees dit af omdat appellant niet voldeed aan het 32-urenscriterium en er geen sprake was van reële en daadwerkelijke arbeid.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit en stelde dat de minister de individuele omstandigheden had moeten onderzoeken. Na hernieuwde beoordeling verklaarde de rechtbank het beroep van appellant ongegrond, met verwijzing naar de Brummen-jurisprudentie.
De Centrale Raad oordeelt dat het aantal uren en de omvang van de inkomsten niet doorslaggevend zijn, maar dat het geheel van economische activiteiten marginaal en bijkomstig was. Tevens had appellant bij aanvang van het studiefinancieringstijdvak 2013 de leeftijd van 30 bereikt en genoot hij niet zonder onderbreking studiefinanciering, waardoor hij niet in aanmerking komt voor studiefinanciering.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak met enige verbetering van de gronden en wijst het beroep af.
Uitkomst: De aanvraag studiefinanciering wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan het 32-urenscriterium en de leeftijdsgrens van 30 jaar.