ECLI:NL:CRVB:2016:385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, viel uit wegens diverse gezondheidsklachten en vroeg in 2012 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar een voorschot toe, maar stelde later vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering bestond. Het UWV vorderde de voorschotten terug en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht. De medische stukken, expertises en arbeidskundige beoordeling boden voldoende grondslag voor het besluit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen en dat de beperkingen onvoldoende waren erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek adequaat was, dat de verzekeringsartsen hun eigen oordeel mochten baseren op beschikbare gegevens, en dat geen aanleiding bestond om aan de juistheid van het onderzoek te twijfelen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. De terugvordering van het voorschot was terecht, omdat geen dringende reden bestond om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering WIA-uitkering en terugvordering voorschotten bevestigd.