ECLI:NL:CRVB:2016:3852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Verzoek langdurigheidstoeslag afgewezen wegens eerdere toekenning binnen twaalf maanden
Appellant diende op 18 december 2014 een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag. Het college wees deze aanvraag op 25 februari 2015 af omdat appellant binnen de voorafgaande twaalf maanden al een langdurigheidstoeslag had ontvangen. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beroep tegen het besluit van 25 februari 2015 als prematuur moet worden beschouwd omdat het betrof een beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk.
De Raad betrekt het bestreden besluit van 7 mei 2015 alsnog in de beoordeling en stelt vast dat het college terecht de aanvraag afwees vanwege de eerdere toekenning binnen twaalf maanden. Het beroep tegen deze afwijzing wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt ongegrond verklaard.