ECLI:NL:CRVB:2016:387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 2003 arbeidsongeschikt is door posttraumatische klachten na een auto-ongeval, kreeg een WAO-uitkering toegekend die in 2011 werd herzien. Het Uwv stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%, later verhoogd naar 45-55% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig was, met onvoldoende rekening gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen. Hij verwees naar medische rapporten die een zwaardere beperking stelden dan de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarop het Uwv zich baseerde. Tevens verzocht hij om benoeming van een neuropsycholoog of aanhouding van de zaak.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had gewezen op de deugdelijk gemotiveerde verzekeringsgeneeskundige rapporten die de beperkingen van appellant voldoende weerspiegelen. De medische informatie van appellant gaf geen aanleiding om het oordeel van het Uwv te betwijfelen. Ook de arbeidsdeskundige rapporten ondersteunden dat appellant passende werkzaamheden kan verrichten.
De Raad zag geen noodzaak voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of aanhouding van de zaak. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.