Uitspraak
18 september 2015, 14/6781 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
4 juli 2014 afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, had een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat betrokkene recht had op maatschappelijke opvang conform de bed-bad-broodvoorziening en vernietigde het bestreden besluit. Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voorliggende voorziening geldt die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. Hoewel betrokkene aanvoerde niet tot de VBL te worden toegelaten, is het beroep tegen die weigering aan de vreemdelingenrechter en uiteindelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.