Uitspraak
OVERWEGINGEN
7 augustus 2014 afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, had een aanvraag gedaan voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag bij besluit van 7 augustus 2014 af. Het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit werd bij besluit van 4 november 2014 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat betrokkene recht had op maatschappelijke opvang conform de bed-bad-broodvoorziening. Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voorliggende voorziening is die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:CRVB:2015:3803) waarin is vastgesteld dat vreemdelingen gebruik kunnen maken van opvang in een VBL en dat deze opvang voldoet aan de positieve verplichting uit het internationaal recht.
Daarom werd het hoger beroep van het college gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college tot afwijzing van de maatschappelijke opvang wordt gehandhaafd.