Uitspraak
2 oktober 2015, 15/1 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000, vroeg maatschappelijke opvang aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat betrokkene recht had op opvang conform de Wmo en vernietigde het besluit van het college.
Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voorliggende voorziening geldt die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie en het internationale recht dat opvang in een VBL als voldoende wordt beschouwd.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2016 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat opvang in een VBL een voorliggende voorziening is die de noodzaak van Wmo-opvang wegneemt.