Uitspraak
2 oktober 2015, 14/7772 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, vroeg maatschappelijke opvang aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat betrokkene recht had op opvang op grond van de Wmo en bepaalde dat het college het besluit moest herroepen.
Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voldoende en aan de Wmo voorliggende voorziening moet worden beschouwd. Dit betekent dat de noodzaak van opvang op grond van de Wmo vervalt wanneer opvang in een VBL mogelijk is.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de opvang in een VBL voldoet aan de internationale verplichtingen en dat deze opvang voorrang heeft boven Wmo-opvang.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het bestaan van een voorliggende voorziening in de vorm van opvang in een VBL.