ECLI:NL:CRVB:2016:4085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet nakomen inlichtingenplicht over woonadres
Appellant diende op 28 juli 2014 een aanvraag om bijstand in en gaf daarbij een woonadres en een postadres op. Medewerkers van de gemeente Den Haag brachten op 21 november 2014 een onaangekondigd huisbezoek aan het opgegeven woonadres, waar appellant niet werd aangetroffen. Een uitnodiging voor een gesprek op 24 november 2014 werd in de brievenbus achtergelaten. Appellant verscheen niet op deze afspraak en gaf geen bericht.
Het college wees de aanvraag af op grond van schending van de inlichtingenplicht, omdat appellant niet op de oproep was ingegaan en daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college ook via het postadres of per sms had moeten communiceren, maar de Raad oordeelde dat het college vrij is in de wijze van postbezorging en dat van appellant mag worden verwacht dat hij zijn woonadres controleert op correspondentie.
De Raad concludeerde dat appellant tekort is geschoten in zijn medewerkingsplicht en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.