ECLI:NL:CRVB:2016:4147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor logistiek medewerker en beëindiging Ziektewetuitkering
Appellante meldde zich op 15 december 2013 ziek voor haar functie als logistiek medewerker. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts op 2 december 2014 werd vastgesteld dat zij vanaf 4 december 2014 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid. Op basis hiervan beëindigde het UWV de Ziektewetuitkering per die datum, wat appellante aanvocht met bezwaar en beroep.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat onder 'zijn arbeid' de laatst feitelijk verrichte parttime functie van logistiek medewerker valt en dat appellante terecht geschikt werd geacht voor deze functie. De verzekeringsarts constateerde dat haar beperkingen, zoals buikklachten, geen belemmering vormden voor het werk van 16 uur per week, terwijl klachten aan onderarm en hand niet objectief waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en acht de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe medische onderbouwing aan, waardoor het beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak wordt bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar functie en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.