ECLI:NL:CRVB:2016:4198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dienstgerelateerde PTSS en invaliditeitspensioen militair
Appellant, voormalig beroepsmilitair bij de Koninklijke Marechaussee, vorderde een invaliditeitspensioen wegens een psychische aandoening die hij als dienstgerelateerd aanvoerde. Na eerdere beslissingen en rechtbankuitspraken werd het geschil voorgelegd aan de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde de medische rapportages, waaronder die van psychiater Van den Bosch en de deskundige Witte. Van den Bosch concludeerde dat er geen sprake was van PTSS en dat de psychische klachten niet dienstgerelateerd waren, terwijl Witte een hogere invaliditeit stelde op basis van PTSS. De Raad vond de onderbouwing van Van den Bosch overtuigend en zag geen aanleiding tot het aanwijzen van een extra deskundige.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het eerdere besluit van de Minister van Defensie dat het invaliditeitspercentage op minder dan 10% stelde werd bevestigd, en het verzoek tot een hogere uitkering werd afgewezen. De uitspraak bevestigt dat de psychische aandoening niet als dienstgerelateerd wordt erkend en dat het invaliditeitspensioen niet toekomt.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage blijft onder de 10%.