ECLI:NL:CRVB:2016:4199
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
De Minister van Infrastructuur en Milieu had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Op 3 maart 2016 trok de Minister het hoger beroep in. Betrokkene verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding. Hoewel de Minister stelde dat er geen verweerschrift was ingediend en dat er geen substantiële kosten waren gemaakt, stelde de Raad vast dat namens betrokkene wel degelijk een verweerschrift was ingediend en aan de Minister was toegezonden.
De Raad oordeelde dat de Minister, als bestuursorgaan dat het hoger beroep introk, op grond van artikel 8:118 Awb Pro in verbinding met artikel 8:75 Awb Pro, veroordeeld kon worden tot betaling van de proceskosten van betrokkene. De proceskosten werden begroot op € 496,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier N. Khachatryan, en op 3 november 2016 in het openbaar uitgesproken. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met instemming van partijen.
Uitkomst: De Minister van Infrastructuur en Milieu wordt veroordeeld tot betaling van € 496,- aan proceskosten aan betrokkene.