ECLI:NL:CRVB:2016:4216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herhaald verzoek om AOW-pensioen terecht afgewezen wegens ontbreken verzekeringsverleden
Appellant, geboren in 1948, verzocht meerdere malen om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Hij stelde dat hij in de periode 1978 tot 1985 in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit pensioen toe te kennen omdat appellant niet kon aantonen dat hij in enig tijdvak vanaf zijn 15e verjaardag verzekerd was geweest voor de AOW.
De Svb voerde uitgebreid onderzoek uit, waaronder raadpleging van het schakelregister, gemeenten en pensioenfondsen, maar vond geen bewijs van inschrijving of werk in Nederland. Door appellant overgelegde documenten zoals een ziekenfondskaart en een NS-identiteitsbewijs werden niet als voldoende bewijs erkend vanwege discrepanties in naam en geboortedatum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel volledig. Het hoger beroep slaagde niet omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die het eerdere besluit konden wijzigen. De Raad bevestigde daarmee de afwijzing van het AOW-pensioenverzoek.
Uitkomst: Het verzoek om AOW-pensioen wordt afgewezen omdat appellant geen bewijs van verzekering voor de AOW heeft geleverd.