ECLI:NL:CRVB:2016:4258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking boetebesluit en niet-ontvankelijkheid hoger beroep in WWB-zaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een boetebesluit van het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren, waarbij een boete van €2.702,- was opgelegd naar aanleiding van een intrekking van bijstand en terugvordering van kosten over de periode 1 januari tot en met 31 maart 2014.
De rechtbank had het beroep tegen het boetebesluit gedeeltelijk gegrond verklaard en het boetebedrag gematigd tot €675,-, maar het verzoek tot vergoeding van gemaakte bezwaarkosten afgewezen. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Raad waarin het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering deels werd vernietigd, heeft het dagelijks bestuur het boetebesluit alsnog ingetrokken. Hierdoor was appellante volledig tegemoetgekomen en had zij geen belang meer bij het hoger beroep.
De Raad verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het college in de proceskosten van appellante voor de verleende rechtsbijstand bij het hoger beroep, begroot op €496,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het boetebesluit; het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.