ECLI:NL:CRVB:2016:4339
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit vergoeding incontinentiekosten onder Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1946 in het toenmalig Nederlands-Indië, heeft psychische klachten erkend als oorlogsletsel onder de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) met een vastgestelde ongeschiktheid van 100%.
Na een eerdere afwijzing van zijn aanvraag tot vergoeding van incontinentiekosten, werd dit bezwaar gegrond verklaard en de aanvraag alsnog toegewezen door verweerder, de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Het bestreden besluit bepaalt dat vergoeding van incontinentiekosten zal plaatsvinden indien de zorgverzekeraar deze niet vergoedt, mits de kosten samenhangen met de incontinentieproblematiek en verantwoord zijn binnen de AOR.
Appellant verzocht om een vaste maandelijkse vergoeding en vergoeding van extra kosten zoals bewassing, maar deze wensen betreffen de uitvoering van het besluit en kunnen niet leiden tot vernietiging.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vergoeding van incontinentiekosten onder de AOR is ongegrond verklaard.