ECLI:NL:CRVB:2016:4363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten bij herhaalde aanvraag
Appellanten hebben in juli 2014 bijzondere bijstand aangevraagd voor diverse kosten, waaronder schulden en medische kosten. Dit verzoek werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Zeevang. In november 2014 dienden zij een herhaalde aanvraag in, waarbij zij als nieuw feit aanvoerden dat zij een bestuursrechtelijke premie zorgverzekering moesten betalen.
Het college wees deze aanvraag opnieuw af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot toekenning van bijzondere bijstand, conform artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de bestuursrechtelijke premie uit het reguliere inkomen betaald moet worden en daarom niet relevant is voor de draagkrachtberekening.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de bestuursrechtelijke premie hun draagkracht aanzienlijk negatief beïnvloedt, wat gevolgen heeft voor de toekenning van bijzondere bijstand. De Raad oordeelde echter dat het college sinds 2012 het beleid heeft gewijzigd en de premie niet meer meeneemt in de draagkrachtberekening. Bovendien kwalificeert de bestuursrechtelijke premie niet als een nieuw feit of veranderde omstandigheid na het eerdere besluit.
De Raad verwierp ook het argument dat accountantskosten in verband met een belastingaanslag over 2005 nog niet waren beoordeeld, omdat deze kosten zich niet voordoen. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.