ECLI:NL:CRVB:2016:4364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in WWB-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg in een zaak betreffende de Wet werk en bijstand (WWB). De gemachtigde van appellant is herhaaldelijk schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €123,- en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. Tevens is gewezen op de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen door het invullen van een formulier.
Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder aangetekende brieven, heeft de gemachtigde van appellant niet voldaan aan de betalingsverplichting en is het formulier voor vrijstelling niet (tijdig) ingediend. Hierdoor is het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 15 november 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.