ECLI:NL:CRVB:2016:4376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning buitengewoon pensioen bij 30% psychische invaliditeit na verzetsactiviteiten
Appellant, geboren in 1922, verzocht in december 2013 om toekenning van een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp). Bij besluit van 15 oktober 2014 werd hem een pensioen toegekend op basis van een blijvende psychische invaliditeit van 30%, deels veroorzaakt door zijn verzetsactiviteiten. Verweerder stelde dat de psoriasis en andere aandoeningen niet aan het verzet konden worden toegeschreven.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan met het standpunt dat zowel zijn psychische klachten als zijn psoriasis het gevolg waren van stress door zijn verzetsactiviteiten in de Tweede Wereldoorlog. De Raad baseerde zich op medische adviezen van artsen Ohlenschlager en Maas, die concludeerden dat de psychische klachten voor 30% verband hielden met het verzet, maar dat de psoriasis een constitutionele aandoening was waarvan stress de klachten kon verergeren maar niet de oorzaak was.
De Raad vond onvoldoende medische onderbouwing voor een oorzakelijk verband tussen psoriasis en verzetsactiviteiten. Ook werd het percentage invaliditeit van 30% als juist beoordeeld, waarbij andere factoren zoals gevangenschap en lichamelijke achteruitgang ook een rol speelden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het buitengewoon pensioen op grond van 30% psychische invaliditeit wordt bevestigd.