ECLI:NL:CRVB:2016:4441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg meerdere aanvragen gedaan voor bijstand met terugwerkende kracht over de periode van 1 september 2003 tot 1 januari 2013. Het college wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die toekenning rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit vonnis in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door hersenletsel als gevolg van een auto-ongeluk in 2001 niet in staat was zich tijdig te melden of een aanvraag te doen. Medische rapporten en verklaringen van betrokkenen ondersteunen dit niet voldoende. Ook was appellante in staat om andere uitkeringen aan te vragen, al dan niet met hulp van derden.
Verder faalt het verweer dat het college appellante had moeten wijzen op de mogelijkheid tot algemene bijstand bij een eerdere aanvraag bijzondere bijstand, omdat onbekendheid met regelgeving geen bijzondere omstandigheid vormt. De toekenning van bijstand met terugwerkende kracht per 1 januari 2013 wordt verklaard door het wachten op een WAO-specificatie en impliceert geen erkenning van bijzondere omstandigheden.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor bijstand met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.